Cursus boslucht snuiven

22 maart 2007

gelabeld: ,

De bosmeisjes in actie

Afgelopen woensdagavond was de opening van het nieuwe themajaar van Assen: “Natuur en Groen”. De officiele opening van het jaar werd, hoe toepasselijk, in het openluchttheater Tivoli gehouden. Vlak voordat ik er heen ging nog snel even op de buienradar zitten kijken. Ik kon gelukkig de paraplu thuislaten.

Bij aankomst werd ik begroet door enkele bosmeisjes (zo zal ik ze maar noemen). Ze gaven uitleg over hoe je het beste met bomen kon communiceren. “Deze heet Pjotr. Hij is een beetje verlegen.”, aldus het linker bosmeisje (die later een wandelend stuk prei bleek te zijn). “Dat is niet altijd zo. Sommige bomen zijn erg aggressief!” wist ze ook nog te vertellen. Op mijn vraag wat ze dan doen, kreeg ik het antwoord: “Spugen!”. Kortom, kom je na een boswandeling thuis met allemaal hars op je kleren, dan ben je zeker een erg aggressieve boom tegen gekomen.
Later in het programma kwamen de dames nog even een cursus “boslucht snuiven” geven: “ook erg belangrijk bij de voorbereiding hiervan is de training van de neusvleugels”. Dit soort locatietheater doet het altijd goed bij mij.

Waar ik wat meer tijd voor nodig had om het te waarderen was “Waterproof Live” van Hermine Schneider. Een multi-mediaal project met muziek, videobeelden en vooral véél water.

Het programma werd afgesloten met een concert van het orkest Bragi. Die Hebriden van Mendelssohn gevolgd door Symfonie no. 4 van Tchaikovsky. Bij tijd en wijle kan mij een goed klassiek stuk zeer bekoren. En deze avond was zo’n moment.

Het heeft de avond niet geregend. Koud was het daarentegen wel op de eerste lenteavond van het jaar. Ik kon m’n handen nog diep wegstoppen in m’n jaszakken, maar voor de orkestleden ging dat wat lastiger…

Kinderen op de bres voor hun bos

4 juli 2006

gelabeld: , , , , ,

Actievoerders in hun bos

Op uitnodiging van enkele kinderen van de basisschool “De Kloostertuin” heb ik, samen met hen, het “Lavendelbos” in Kloosterveen wezen bekijken. De kinderen vrezen dat dit bos moet wijken voor uitbreiding van de wijk. U raad het al: ze willen niet dat dat gebeurt. Eerlijk is eerlijk, ik kan ze geen ongelijk geven.

Wandelend van zelfgemaakte hutten naar reeënligplekken hielden de enthousiaste verhalen niet op over wat ze allemaal al in het bos beleefd hadden. Maar het bleef niet alleen bij verhalen. Er kwamen er ook nog een paar goede argumenten. Zo is er nauwelijks oud groen (laat staan een bos); alles in de wijk is nieuw aangelegd. Daarnaast is spelen in dit bos veel avontuurlijker dan op een aangelegd 13-in-een-dozijn trap- annex speelveldje. Je zou bijna denken dat ze de onlangs vastgestelde groenstructuurvisie erop nageslagen hebben.

Nu wil het geval dat ik vorige week aan de wethouder een groeninventarisatie van Kloosterveen heb gevraagd. Een overzicht van alle bossages en soortgelijke groenelementen in de wijk Kloosterveen met een aantekening erbij wat er mee gaat gebeuren: worden die gekapt of blijven die behouden.
Ben benieuwd wat de status van dit bos is. Wat mij betreft moet die blijven.

Elvira Bruining, Eva van der Kammen, Anice Tu, Nicole d’Amore, Tanno van der Kamp, Wouter van der Naald, Harm Jan Setz en Marijn Setz: Bedankt voor de rondleiding!

Wie vangt de mol?

22 augustus 2004

gelabeld: ,

Molshopen

Altijd leuk om te lezen: de Miniman-rubriek in het Dagblad van het Noorden. Zo valt er te lezen in de editie van zaterdag 21 augustus dat er iemand erg veel last heeft van mollen in zijn tuin. Op zich begrijpelijk, aangezien ik nog maar bitter weinig mensen ben tegengekomen die blij waren met de mollen in hun tuin.

Maar wat schetst mijn verbazing: meneer vindt dat de gemeente (!) daar iets aan moet doen; aan die mollen in zijn tuin dus. Het lijkt er wel op dat we de gemeente voor alles aansprakelijk kunnen gaan stellen. Nu nog de mollen; straks het onkruid in de tuin, planten die dood gaan en het gras tussen de terrastegels? Sorry, maar ik vind dit niet een beetje, maar veel te ver gaan. Alsof een gemiddelde burger tegenwoordig niets zelf meer kan.

Bij het stukje stond een e-mailadres vermeld waar lotgenoten een bericht naar kunnen sturen. Het vermelde e-mailadres wordt gebruikt door de eerste opvolger van de PLOP-fractie, Jan Blom. Het feit dat er verder geen naam ofzo bij stond (wat trouwens gebruikelijk is in die rubriek), ga ik voor alsnog er maar vanuit dat het geen nieuw actiepunt van PLOP is.

Maarre, Jan, als ik (ondanks bovenstaande) je een tip mag geven: er is behoorlijk wat info over deze beesten te vinden op de mollenwebsite.

Jacobskruiskruid, weg ermee

11 augustus 2004

gelabeld:

Jacobskruiskruid

Onlangs hoorde ik dat in diverse bermen in Assen het Jacobskruiskruid (Senecio Jacobea) is gesignaleerd. Deze plant is in het verleden in natuurgebieden uitgezaaid om meer diversiteit van planten te krijgen. Op zich best een schattig plantje, maar toch is het gevaarlijk spul. Na even rondgespeurd te hebben, zag ik dat de provincie de bestrijding ervan zou gaan coördineren. Dus maar even met het provinciehuis gebeld hoe het daarmee staat.

Nu kan ik bij coördinatie van bestrijding heel veel dingen voorstellen. Bij de provincie wordt dit uitgewerkt door het geven van voorlichting (er is een folder gemaakt), een aangepast maaibeleid (wanneer deze plant langs provinciale (water)wegen wordt gesignaleerd, wordt dit weggemaaid) en het uitwisselen van ervaringen tussen provincie, gemeente en waterschappen hoe dit kruid het beste te bestrijden is.

En wat doet Assen ermee? Ik heb wat vragen uitgezet en krijg binnenkort antwoord. Wat mij betreft: direct maaien en verbranden die rotzooi.

Voor het geval je het nog niet weet, even beknopt wat achtergrond info:

Het Jacobskruiskruid bevat alkaloiden die vooral voor paarden en runderen giftig is. Deze alkaloiden worden niet in het lichaam afgebroken, maar permanent opgeslagen in de lever. Het maakt daarmee niet uit of de “dodelijke hoeveelheid” in één maaltijd wordt ingenomen of verspreidt over 10 jaar. Dit maakt het kruid extra gevaarlijk. Zo zijn in het jaar 2002 in Engeland ruim 6.500 paarden overleden aan de gevolgen van deze giftige plant.

In levende vorm wordt deze plant veelal gemeden door dieren. Echter in gedroogde vorm (als hooi bijvoorbeeld) wordt de plant niet meer herkend door dieren waardoor ze de (nog steeds giftige) plant wél opeten. In verschillende plaatsen wordt het hooi van de bermen gebruikt als veevoer. (Hobby-)boeren en paardenhouders die bermhooi aan hun vee voeren lopen hiermee het risico dat ze hun vee vergiftigen.

Vanwege de grote hoeveelheid zaad dat de plant produceert en de pluizige vorm ervan; kan het kruid zich zeer snel en ver verspreiden. In enkele andere landen is, vanwege het gevaar, al een verdelgingsplicht ingesteld voor grondeigenaren die dit kruid op hun land hebben staan.

Water en het omgekeerde soepbord

4 juni 2004

gelabeld: , ,

Waterbeheer, een onderwerp dat de afgelopen jaren flink hoger op de politieke agenda is komen te staan. Niet alleen omdat onze toekomstige koning daar zijn tanden in heeft gezet, maar ook naar aanleiding van de “problemen” die in 1998 zijn geweest toen bijvoorbeeld het Groninger Museum onder water dreigde te lopen. Kortom, tijd voor een symposium over dit onderwerp. En die was er vandaag in Groningen.

Ook “onze” wethouder Michel Berends was een van de sprekers bij het symposium. Hij had het verschillende keren over “lef hebben” om op andere wijze met water om te gaan. In ieder geval had Michel wél lef: in Groningen verkondigen dat “Assen aan zee” ook best een aardig idee is.

Anyhow, het geschetste toekomstscenario: de zeespiegel en temperatuur stijgen en er zullen meer (hoos)buien komen. De stijging van de temperatuur zorgt ervoor dat er meer water verdampt, maar dat weegt niet op tegen de extra neerslag dat als stevige buien naar beneden komt.
De afgelopen decennia was het motto om het water zo snel mogelijk kwijt te raken. Rechte, brede, goed gemaaide kanalen zorgen voor een vlotte afvoer. Drenthe wordt vaak gezien als een omgekeerd soepbord, dus het water wil prima weg.

Tegenwoordig vindt Groningen dat niet zo aardig meer, want zij moeten maar zorgen dat alle toestroom ook maar ineens verwerkt kan worden. En vandaar dat Assen (en niet alleen Assen) vriendelijk wordt verzocht het water wat langer vast te houden en geleidelijk af te voeren. Kortom, we moeten op zoek naar waterbergingsgebieden.
Ook in stedelijke gebieden als Assen zijn daar mogelijkheden voor. Zo zijn er al diverse vijvers in de diverse woonwijken.

Maar ook het herstellen en/of uitdiepen van oude waterloopjes (bv het Weiersloopje in de Gouverneurstuin) kan soelaas bieden.
En wat dacht u van de verharding van parkeerplaatsen in woonwijken vervangen door grastegels (tegels met grote gaten erin waardoor het gras kan groeien). Het water hoeft dan niet via de afvoerputjes afgevoerd worden, maar kan gewoon de grond intrekken. Daarnaast krijg je ook meer groen in de wijken. Twee vliegen in één klap!